In de gezellige woonkamer in Nieuwerkerk a/d IJssel ontvangt
Theunis Bakker ons. |
Zijn vrouw schenkt koffie en toont foto's uit betere tijden.
Het is moeilijk in de genietende,sterke man in het vakantiebeekje,
de magere Theunis Bakker, die nu op de bank zit, te herkennen.
"Ik woog toen 85 kilo",verklaart hij zelf. "Nu heb ik met veel moeite
mijn gewicht weer naar de 57 kilo weten op te trekken.
Hij gaat drie jaar terug in de tijd als hij verteld over het begin van zijn ziekte.
"Ik begreep niet wat me mankeerde. Alles snaakte me, ik at als een bunker,
maar als ik vijftig meter had gelopen, was ik kapot. Op een gegeven moment
fietste ik in de zomer naar mijn dochter, zij woont hemelsbreed vijf minuten
bij me vandaan. Toen ik daar aan kwam viel ik zowat van mijn fiets: zo moe
was ik. Theunis dacht aanvankelijk dat het vele roken hem geen goed deed.
Maar uit eindelijk werd de vermoeidheid zo erg, dat hij toch besloot langs de
huisarts te gaan. "Die besliste dat ik bloed moest laten prikken en toen hebben
ze me direct in het ziekenhuis gehouden. Tien dagen lang lag ik helemaal
geisoleerd in een zaal en werd alles onderzocht. |
| |
Toch min of meer storte van de ene dag op de andere de wereld voor
Theunis en zijn gezin in.
"Myelodyspastisch Syndroom" zo luidde het vonnis.
Het gaat hier om een kwaadaardige mergziekte.
In feite komt het er op neer dat de witte bloedcellen niet in orde zijn.
Het beenmerg gaat onvolwaardige witte bloedcellen aanmaken met als gevolg
dat de rode cellen en de bloedplaatjes verdrongen worden. Uiteindelijk ontstaan
er door het gebrek aan bloedplaatjes die zorgen voor de stolling van het bloed,
blauwe plekken en spontane bloedingen.
Ook het H-b gehalte zakt tot een gevaarlijk niveau. |
| |
Theunis: "De term "Myelodyspastisch Syndroom" zei me natuurlijk helemaal niets.
Maar er werd bij vertelt dat ik ernstig ziek was. Een co-assistent wist hem te
vertellen dat hij nog een half jaar tot een jaar te leven had. "Op dat moment
denk je dat die arts gek is. Het bestaat gewoon niet dat dit jou overkomt,
mengt Fenna zich in het gesprek. Uiteindelijk bleek dat de co-assistent nooit
had mogen zeggen dat Theunis nog uit een jaar te leven had, want voor deze ziekte
staat geen tijd. Ieder lichaam reageert weer anders.
Verslagen zatten Theunis en zijn vrouw na de uitslag thuis. Theunis: "Eigenlijk
kwam ik niet eens echt in opstand. Van het begin af aan aanvaarde ik dat dit mij
nu eenmaal moest overkomen. Ik wacht wel af, wanneer het moment komt dat ik
mijn hoofd ga neerleggen. Het heeft geen zin je te verzetten of om driftig te worden.
Dat maakt het alleen maar erger." |
| |
Het neemt niet weg dat Theunis ondanks of misschien juist dankzij deze gelatenheid
een innerlijke strijd voert met zijn ziekte. Anders had ik hier allang niet meer gezeten.
Het is een moeizame strijd. Door de zieke beenmerg, gingen de mild en de lever uitzetten
en kwamen de darmen in de verdrukking. Al twee keer kreeg Theunis een spontane
bloeding,waarvan een keer in de hersenen. Theunis:"Al twee keer dachten ze in het
ziekenhuis dat ik terminaal patient was. een oorontsteking deed me bijna de das om.
Mijn H-b daalt af en toe zo ver dat het risco van een acute leukemie op de loer ligt.
Aan de ziekte zelf kunnen ze niets doen, voor een beenmergtransplantatsie ben ik
al te oud. Wel zijn er medicijnen om de verschijnselen van de ziekte te bestrijden.
Maar dat beenmerg is vergiftigd en dat blijft vergiftigd. De ziekte is wel rekbaar
met donorenbloed en medicijnen, maar ik ben verschrikkelijk bang voor de bloedingen.
Die kunnen me fataal worden. |
| |
Theunis is in gevecht tegen zijn ziekte ontzettend vermagerd en verzwakt.
Hij vertelt hoe pijnlijk het is daar keer op keer mee geconfronteerd te worden.
"Ik was eigengereid, dopte mijn eigen booontjes. En nu kan ik amper meer een
pak melk open krijgen. Laatst wilde ik met boodschappen doen tien kilo aardappelen
in de auto zetten. Het was haast onmogelijk. Toen kilo ! Een klein kind heeft er nog
geen moeite mee. Dat is wat er van me over is, Ik: die balen van honderd kilo op
mijn rug sjouwde.
Ondanks deze frustraties geniet Theunis van de kleine dingen uit het leven.
Een uurtje vissen bij zijn ouders aan het water, zijn verzameling Nederlandse bierglazen.
Theunis: "Ik heb alles wat mijn hartje begeert: een leuk huis, de kinderen komen vaak,
en Fenna is natuurlijk eindeloos. Alles wat mijn hartje begeert, alleen mijn
gezondheid laat me in de steek."
Hij vervolgt: "Maar ik leef nog en ik wil ook nog blijven leven.
Je hangt aan het leven en je hoopt toch dat als je maar lang genoeg volhoudt,
er iets gevonden wordt waarmee ze je kunnen genezen."
Ook voor de kortere termijn heeft Theunis hoop en plannen.
"Ik wil nu vooral proberen er weer een paar kilo aan te krijgen.
Als dat lukt dan kunnen we weer naar het 'Heilige der heilige' Friesland.
Ik ben hier geboren , maar daar getogen en daar ben ik trots op.
Ik vind het nog steeds heerlijk om naar Friesland te gaan. |
| |
Met behulp van donorbloed knokt Theunis daarom voor zijn bestaan.
Om de veertien dagen krijgt hij in het ziekenhuis in Gouda vier zakjes
donorbloed en twee keer per week worden er trombocyten (bloedplaatjes)
toegediend. De trombocyten worden binnen een uur toegediend.
Voor de vier zakjes bloed staat eigenlijk vier uur per zakje.
Maar volgens Theunis lukt dit ook binnen 2,5 uur.
"Ik zeg altijd 'pomp het er maar in'. Ik voel me echt opknappen
van het donorbloed. Soms kom ik kruipend het ziekenhuis in en hollend er weer uit".
Hij veert overeind en zegt nadrukkelijk: "Dat donorbloed en die donoren:
daarvoor ben jij nu hier. De donoren moeten weten hoe ontzettend....".
Het verwachte 'dankbaar' blijft uit. Theunis kijkt stil voor zich uit en slikt.
" Wat ik die donoren wil zeggen, is eigenlijk niet uit te drukken in woorden"
zo gaat hij door. "Dat gevoel gaat nog veel verder dan dankbaarheid."
Hij benadrukt tot slot: "De donoren en de Bloedbank wil ik bedanken voor alles
wat ze doen. Dit is de hoofdzin en dat moet je vijf keer onderstrepen.
Door hun bloed kan ik leven. Daar wil ik alle donoren zo graag voor bedanken. |
| De hoop is vervlogen. |
Een week voordat dit interview geplaats werd in "De Pelikaan"
is mijn vader overleden op 28 november 1995. Omdat het donorbloed
en de trombocyten niet meer aansloegen kreeg mijn vader waar hij zo bang
voor was acute leukemie. Die dag is er besloten geen donorbloed en
trombocyten meer toe te dienen, zijn laatste bloed wat hij in zijn lichaam
had kwam druppelend uit zijn neus. Mijn vader wist dat zijn einde aan
het naderen was , maar bleef vechten en gilde door het gehele ziekenhuis:
"Geef me bloed , ik wil leven".
Een paar uur later raakte hij in coma, waarna hij termidden van zijn
geliefde vrouw, dochters, schoonzonen, kleinkinderen,
stiefzoon, stiefdochter en ouders zijn laatste adem onder protest uit blies. |
| Het gemis. |
Het gemis van mijn vader is enorm, zo'n sterke , eigenzinnige man veel
te vroeg om afscheid te nemen.
We willen de huisartsen van Nieuwerkerk a/d IJssel vooral Dhr Bontenbal
bedanken voor de goede zorg die aan mijn vader is gegeven. |